Enschede-Stad > Reportage > Uitbreidingsplan van 1903

Uitbreidingsplan van 1903

 
Naar boven Tekst: Enschede-Stad.nl

Ondanks het vaak rommelig ogende stadsbeeld van Enschede heeft de stad vanaf 1903 een planmatige groei gekend.
Na de invoering van de woningwet in 1902 begon Enschede voortvarend met het opstellen van een algemeen uitbreidingsplan dat in 1903 gereed kwam. Ontwerper van het plan was burgemeester Edo Bergsma, geen stedenbouwer, maar wel goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.* Enschede was in deze tijd een zeer snel groeiende stad, de bevolking nam tussen 1899 en 1930 toe van 24353 tot 51805. Het uitbreidingsplan werd opgesteld om deze groei in goede banen te leiden en de stad te voorzien van goede verkeerswegen, parken, pleinen en plantsoenen. Bergsma nam de bevolkingsgroei als het belangrijkste uitgangspunt, hij ging er van uit dat de bevolking met 1200 personen per jaar zou blijven toenemen, tezamen met 375 mensen per jaar in de omliggende gemeente Lonneker zou Enschede in 1944 100.000 inwoners tellen.**

Het belangrijkste onderdeel van het plan was een rondweg die de vele buitenwijkjes en industriegebieden met elkaar zou verbinden en de stad samenhang gaf. Vanaf deze rondweg, de tegenwoordige Singelring, straalden de hoofdwegen uit. Deze hoofdwegen moesten aan de volgende eisen voldoen:
“Bouwende op elders in ruime mate verkregen ondervinding moet een groote verkeersweg ruimte bevatten voor een dubbelspoor tramweg, voor een dubbelen rijweg voor rij- en voertuigen, die voor de trottoirs kunnen blijven staan zonder voor een tramwagen te behoeven weg te gaan en voorts brede voetpaden”.

Langs brede wegen waren dubbele en langs smalle wegen enkele bomenrijen gedacht. In het plan werden ook parken opgenomen, waarvan een aantal destijds nog particulier waren, maar tegenwoordig openbaar, zoals het Wooldrikspark en het Blijdensteinpark. Bepaald werd ook dat de straten niet te lang en recht mochten zijn.
Voor de industrie werd grond gereserveerd langs de spoorlijnen en rondom bestaande fabriekscomplexen om uitbereiding mogelijk te maken.
Op het gebied van volkshuisvesting liep de gemeente Enschede eveneens voorop. In samenhang met het uitbreidingsplan werd er een lijst van eisen aan nieuwe woningen opgesteld. De bepalingen waren vooral bedoeld om kazernebouw tegen te gaan door middel van minimale afstanden tussen huizen en het stellen van een maximaal aantal bewoners van één pand. Het was duidelijk dat Enschede, zoals veel industriesteden, hoogbouw wilde tegengaan.

Het uitbreidingsplan van 1903 heeft een zeer grote invloed gehad op het aanzien van Enschede. Het heeft de stad na de chaotische eerste groeiperiode tot een geheel gesmeed, met de groene Singel als verbindend element en het heeft de toon gezet voor de ruime maatvoering in straten en groen die zo typisch is voor Enschede. De kwaliteiten van het plan zijn door decennia van slopen, bombardementen, reconstructies en stadsvernieuwing niet meer zo duidelijk zichtbaar, de komst van het autoverkeer maakte een einde aan de lommerrijke met kinderkopjes bestrate uitvalswegen en de dubbele trambanen zijn nooit gerealiseerd. Toch bied het plan nog altijd mogelijkheden voor de toekomst. De brede hoofdstraten bieden nu de mogelijkheid om snelle busbanen naar de buitenwijken aan te leggen en de vele lichtkrommende straten kunnen als leidraad dienen bij stadsvernieuwing en stadsuitbreiding.

* M.J.J.G. Rossen, Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid in Nederland: een comparatief onderzoek in Tilburg en Enschede (1900-1925), (Tilburg 1988) 210.
** Ibidem, 212.

 

Copyright ©Enschede-Stad.nl