Enschede-Stad > Reportage > H.J. van Heekplein

H.J. van Heekplein (2004)


Deel 1: Het begin - Deel 2: De Werkzaamheden - Deel 3: Het Resultaat

Tekst: Enschede-Stad.nl

In deze reportage blikken wij terug op alle ontwikkelingen die de afgelopen 5 jaar rondom het Van Heekplein hebben plaatsgevonden. Een stedenbouwkundige vernieuwingsoperatie die zijn weerga niet kent, tenminste voor Enschedese begrippen. De reportage is onderverdeeld in 3 delen die hierboven staan weergegeven, te weten: Begin - Werkzaamheden - Resultaat. Oftewel: Hoe het was, hoe het veranderde en hoe het nu is. Allereerst een terugblik dus.
 

Naar boven De nietsvermoedende bezoeker die in 1999 vanuit de beslotenheid van de oude binnenstad het Van Heekplein betrad, wist niet wat hem overkwam. Een kale, tochtige vlakte met in de verte een rij gruizige gebouwen lag in het verschiet. Over de glimmende daken van honderden geparkeerde auto’s was nog net een armetierige laan zichtbaar waarover roestige stadsbussen, dieselwalmen uitbrakend, voorbij denderden. Woorden en zinnen als “Blikakker”, “onliefelijk stadje E.”, “door het uitgeteerde hart” en “Katowice”, deden een macabere dodendans in het onderbewuste van de bezoeker. De frivool bedoelde lantarenpalen met hun witglazen bolletjes stonden zielig te zijn tussen zoveel droevigheid. Wee degene die het warenhuis van Vroom & Dreesmann wilde bezoeken; hij moest zich over het vervaarlijk golvende plein, blootgesteld aan de elementen een weg banen. De treurigmakende Hermesflat, met de krakkemikkige lichtreclame voor Neerlands grootste biermerk op het dak, was niet opgewassen voor de taak beschutting te bieden tegen de immer snijdende zuidwestenwind. Eenmaal met grote moeite het plein overgestoken bereikte men de Boulevard 1945. Net zo breed als de Champs-Elysées, maar met de uitstraling van de Schevingse pier anno 1982. Ook hier met korstmossen begroeid beton, met roet doortrokken baksteen, meeuwen op de lantarenpalen en altijd aanwezig: de geur van rottende vis. Onder de bomen lagen door ongecontroleerde stromen voetgangers tot modderpoelen gereduceerde grasperkjes waar verdwaalde kippen uit het Wooldrikspark hun veren wasten. De bomen zelf, die de verkeersader tot boulevard maakten, waren door het asfalt in hun groei belemmerd en vertoonden kale plekken in de kronen.

Wie de moeite nam om vóór de oversteek naar het warenhuis nog eens over de schouder te blikken naar de zuidrand van de binnenstad, zag een zowaar nog ijzingwekkender schouwspel. De gebogen noordelijke pleinwand waarin prachtig de middeleeuwse eivorm te herkennen is, bestond uit een schijnbaar lukraak tegen elkaar aangekwakte serie gebouwen van de allerlelijkste soort. Bruine kozijnen en rookglas werden afgewisseld door nutteloze jaren ’70 erkertjes en de rechtopstaande grindtegel van C&A. De Hofpassage met zijn glazen entreehal, die een dikke postmodernistische middelvinger opstak naar de fin de sičcle galleries van Parijs, en de blinde muur van de voormalige bioscoop Lumičre vormden het sluitstuk van dit stukje wanstaltige architectuur. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat deze situatie nog altijd niet erg veel is verbeterd. De vorm van het plein liet echter voorheen een in afgrijzen afwenden niet toe. De blik van de bezoeker, reeds vertroebeld door tranen veroorzaakt door zoveel ruimtelijk leed, werd namelijk als vanzelf naar de oostkant van het plein getrokken, waar zich de Klanderijpassade bevond. 
Hardroze en mintgroene gevelplaten noch een deprimerende schil van beton konden voorkomen dat men in dit complex de voormalige textielfabriek van Menko herkende. Een passage, volgens gemeentelijke voorlichters losjes gebaseerd op het Centre Pompidou, slingerde zich op onnavolgbare wijze rond en door de oud- en nieuwbouwdelen. Vanuit de gevel stak dan nog het door tientallen massieve kolommen gestutte parkeerdak waaronder zich de schemerwereld van de dagmarkt bevond, het plein op.

Vroom en Dreesmann was gevestigd in het beursgebouw van het Twentec-complex. Twentec, bedoeld als textiel wereldhandelscentrum, was door de plotselinge ineenstorting van de textielindustrie nooit als zodanig gebruikt. De twee identieke kantoortorens die bij Twentec hoorden huisvestten daarom het ITC en het GAK. De eerste instelling een compensatie voor verloren arbeidsplaatsen, de tweede de plek waar mensen die hun arbeidsplaats hadden verloren werden geregistreerd. Erg toepasselijk dus. 
Zowel de Twentec-torens als het beursgebouw konden op de bezoeker slechts een afstotende indruk maken. Koude gevels van goedkope natuursteen en grijze golfplaten bepaalden het aangezicht van de zuidwand van de Boulevard 1945. Het naastgelegen postkantoor had door toenemende automatisering haar publieke functie grotendeels verloren. De monumentale hal met de lange rij loketten waarin altijd het galmen van voetstappen te horen was, had daarom plaatsgemaakt voor een klein ‘publieksvriendelijk’ kantoor. Het alles werd gestoffeerd met goedkoop linoleum en uitgerust met flitsend ontworpen balies, welk een armoede. De jammerlijke ontering van het postkantoor is helaas nog altijd niet ongedaan gemaakt. 
Voor V&D lag dan nog een door vervelende muurtjes omgeven fietsenstalling, waar men voor vijftig cent de fiets kon stallen. Het bonnetje was goed voor een gratis chocolademelk bij Mc Donald’s, al moest daarvoor wel weer het plein overgestoken worden.

Alles aan het oude Van Heekplein was lelijk (behalve natuurlijk het fantastische pandje op de hoek van de Raadhuisstraat). Het was er vies, het was er vol, het was verloederd. Het plein maakte Enschede tot het Birmingham van Nederland. Bezoekers vluchtten er weg, behalve als het markt was. Op marktdagen veranderde alles. Tienduizenden bezoekers tussen de honderden kramen. Geschreeuw van de kooplieden, gejammer van kinderen. Markt blaast leven in de meest desolate plekken. Maar oh, wat was de stad ongelukkig met haar marktplein. Er waren plannen om de boel op te knappen. Goede plannen, slechte plannen, wilde plannen en onhaalbare plannen. Iedereen had een eigen idee over wat er met het Van Heekplein moest gebeuren. Waren voor sommigen loopbruggen om de oversteek over de Boulevard te vergemakkelijken voldoende, anderen wilden waterpartijen, een tweede Ramblas, verkeerstunnels, winkelcentra, het hield niet op. Wat men uiteindelijk kreeg was meer en anders dan de meeste Enschedeërs voor mogelijk hadden gehouden.

Men kreeg sloopkogels, kettingzagen, stofwolken, bouwkranen, heimachines en betonmolens.

Vier jaar lang werd er gewerkt. De stad hield het hart vast. Wat voor megalomanie had het stadsbestuur nu weer voor haar burgers in petto?

Ga verder naar deel 2 --> De werkzaamheden


Aanleg Boulevard en H.J. van Heekplein in 1956


Het plein in 1965


Vanaf de Twentec-Toren.


Markt in 1978.


Markt in 1979.


Markt in 1980.


Luchtfoto ca. 1980.

 

Copyright ©Enschede-Stad.nl