|
Enschede-Stad > Reportage > De Krim |
|||
|
De Krim |
|||
|
Tekst: Enschede-Stad.nl “In vroeger jaren had men in onze stad straten zoals ze nu ook zijn; daar woonden in de grote straten de burgers, en in de achterstraten woonden de arbeiders. De arbeiders stonden toen in onmiddellijke aanraking met de burgers en met hunne werkgevers. Was er armoede in een huisgezin dan bleef er toch altijd enige voeling. Dit heeft opgehouden sedert de brand. Toen heeft men de dwaasheid begaan om de arbeiders buiten de stad te brengen, in de Krim en Sebastopol…” Aldus een Enschedeër in 1890. Hij geeft de naar zijn idee bewust aangebrachte scheiding tussen de burgerij en de arbeiders als reden voor de verslechterde omstandigheden in de stad. Prettig was de sfeer in 1890 tussen arbeiders en werkgevers inderdaad niet meer, maar de Krim en Sebastopol waren daarvan niet de oorzaak. |
|||
De Krim en Sebastopol waren twee wijkjes die oorspronkelijk ter huisvesting van arbeiders bedoeld waren maar in het begin van de 20e eeuw veranderden in absolute achterbuurten. De Krim lag aan de zuidkant van de oude stad en bestond uit drie lange straten met daarlangs vijf rijen afdakswoningen. Het veel kleinere Sebastopol lag aan de oostkant, achter de machinefabriek van Tattersall&Holdsworth. Er vlakbij lagen de vergelijkbare buurtjes Hoog en Droog en ’t Oaverschot. Met de bouw van de Krim werd in 1861, één jaar voor de stadsbrand dus, begonnen. In eerste instantie werden er door de speciaal voor dat doel opgerichte Enschedese Bouwvereniging 33 arbeiderswoningen gebouwd. Bij de stadsbrand bleef de eerste rij Krimwoningen gespaard. Veel arbeiders waren echter dakloos geworden en hadden niet de middelen om hun huis te herbouwen. De Enschedese Bouwvereniging besloot daarom de Krim uit te bereiden met 112 huizen. Tegelijkertijd verrezen op de Heurne de rijen woningen Sebastopol en Hoog en Droog en op het Korteland ’t Oaverschot. De genoemde buurten bestonden allen uit zogenaamde afdakswoningen. Dit huistype was tot het begin van de 20e eeuw de standaard voor Enschedese arbeiderswoningen. Bij de afdakswoning was het dak naar de straat gekeerd en de achtergevel verlaagd. Hierdoor ontstond er aan de |
![]() |
||
| ; |
achtergevel een afdak waar de keuken zich bevond. De woningen waren gemiddeld zo’n vier meter breed en acht meter diep. Er was slechts ruimte voor twee kamers, de zolders waren niet afgetimmerd en werden officieel niet als woonruimte gebruikt.
Met de hygiëne en algemene woonomstandigheden was het in de huizen in de Krim niet al te best gesteld. Riolering en stromend water ontbraken en de woningen waren vochtig en overbevolkt. In de jaren ’80 van de 19e eeuw begonnen de gewone arbeiders de Krim en Sebastopol dan ook te verlaten. Betere economische omstandigheden maakten het mogelijk dat veel arbeiders zelf een huis lieten bouwen, of men kreeg een betere woning van de fabriek. De Krim werd steeds meer een vergaarbak voor mensen die aan de onderkant van de samenleving verkeerden. |
||
Het Enschede van rond 1900 was zeer dynamisch, mensen kwamen en vertrokken, er was een constante stroom werkzoekenden uit heel Nederland. In 1920 was slechts 30% van de inwoners van Enschede ook daadwerkelijk in deze stad geboren. Een heel ander beeld dan in bijvoorbeeld Tilburg, ook een textielstad, waar de bevolkingsgroei voornamelijk werd veroorzaakt door een flink geboorteoverschot. Tussen de vele nieuwkomers bevonden zich ook een groot aantal kleurrijke figuren die niet behoorden tot de groep gewone fabrieksarbeiders: ambulante handelaren, orgeldraaiers, voddenkoopmannen enzovoort. Het was juist die groep mensen die in de Krim terecht kwam. Zo veranderde de Krim van een arbeidersbuurt in het meest kleurrijke en misschien ook wel meest grootstedelijke stukje Enschede. |
![]() |
||
|
Vele namen van vroegere Krimfamilies zijn nog steeds erg bekend in Enschede. Zoals de familie Pril, Meester, Noordman, Rillmann en Kiel. Willem Wilmink dichtte in Javastraat:
Er komt geen enkel paard meer door de straat, |
|||
Hoe kleurrijk ook, in de praktijk werden de Krim en Sebastopol geplaagd door grote sociale problemen. Het drankmisbruik was er wijdverbreid en vanwege de armoede werden er veel schimmige handeltjes bedreven. De bewoners spraken een apart taaltje dat een mengeling was van Twents, zigeunertalen, Jiddisch en Bargoens. Dit kwam in de vele confrontaties met de lange arm der wet goed van pas. Net als de niet afgetimmerde zolders, die vaak dienden als vluchtroute. |
|||
Rond 1915 gingen er voor het eerst stemmen op om tot sloop van de Krim en Sebastopol over te gaan. De huizen voldeden volstrekt niet meer aan de eisen van die tijd en daarbij reed de overlast de pan uit. De gemeente ontwikkelde plannen voor verkeersdoorbraken door de twee wijken die een uitbereiding van het stadscentrum mogelijk zouden maken en de bereikbaarheid zouden vergroten. Het onderhoud van de woningen werd tot het absolute minimum beperkt maar grote woningnood in de stad vertraagde de afbraak. In 1925 werd de toestand van de Krimwoningen als ‘allertreurigst’ omschreven. Tussen 1929 en 1934 werd eindelijk over gegaan tot het slopen van de Krim. De woningen lieten zich makkelijk afbreken, maar het saamhorigheidsgevoel van de bewoners was een stuk duurzamer. |
![]() |
||
De gemeente achtte de bewoners van de Krim en het al eerder gesloopte Sebastopol niet geschikt voor het bewonen van nieuwbouw. Om hen langzaam te laten wennen werd de bevolking doorgeschoven naar oudere huizen. De Krimbewoners bleven verspreidt over de stad wel zo veel mogelijk samenklitten. Hun aparte levensstijl en hun afkeer van de gewone Enschedeërs was daar debet aan. Nog steeds zijn er in Enschede concentraties oude Krimfamilies aan te wijzen. Onder andere op Velve-Lindenhof, de Laares en het plaatselijke woonwagenkamp vindt men ze terug. De verkeersdoorbraken die de gemeente voor ogen stonden, kwamen beiden pas na de Tweede Wereldoorlog tot stand. De Oldenzaalsestraat en de Boulevard 1945 liggen bovenop de twee meest roemruchte Enschedese buurten. Er is niets dat in gebouwde vorm nog herinnert aan de lange rijen woningen, het is daarom goed dat men in de vernieuwde V&D de namen van een aantal oude buurten terug laat komen op de deuren van de toiletten. …Of staan de Krim en Sebastopol zo lang na de sloop nog altijd in een kwade reuk? |
|||
Bron: Martin Bos en Gerrit Jagt, Al is de Krim nog zo min... Geschiedenis van een Enschedese volksbuurt, 1861-1934 (Hengelo 1985) |
|||